De 4 jaarlijkse tellingen


We hebben jaarlijks 4 tellingen.
  • de wintertelling,
  • de voorjaarstelling (trendtelling),
  • de reewildtelling (schemertellingen) en
  • de zomertelling
 
De wintertelling vindt plaats op derde zaterdagochtend in januari. Er worden knobbelzwanen en meerkoeten geteld. Ter onderbouwing van ontheffingen zijn ze noodzakelijk.
 
De voorjaarstelling vindt plaats op de eerste zaterdagochtend in april. Het doel is het zo goed mogelijk vaststellen van absolute aantallen. Ook wel de voorjaarsstand van een aantal schadeveroorzakende faunasoorten. Het betreft de knobbelzwaan, boerengans, grauwe gans, kolgans, brandgans, Canadese gans, Indische gans, Nijlgans, zwarte kraai, ekster, kauw, blauwe reiger, aalscholver en roek.
Het zou kunnen dat er al jonge ganzen zijn. Deze worden gewoon meegeteld.
Er worden ook wildsoorten geteld. Zoals haas, fazant, wilde eend, konijn, houtduif en patrijs.

De reewildtelling vindt plaats eind maart begin april. Het doel is om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen bij de voorjaarsstand. Door deze tellingen drie maal achtereen (avond-ochtend-avond) te organiseren is de uitslag minder onder invloed van de weersomstandigheden. Ook de eventueel aanwezige grofwildsoorten edelhert, damhert en wild zwijn worden geteld.
 
De zomertelling vindt plaats op de derde zaterdag in juli.  Wederom worden de ganzen geteld. De nu nog aanwezige ganzen zijn overzomeraars.
 
De jaarrondtelling wordt steeds belangrijker. Uiteindelijk zal deze telling de basis zijn van het beheerplan. De WBE verwacht van elke jachthouder dat hij gedurende het gehele jaar de wildstand in zijn veld in kaart brengt.

Verder brengt de jachthouder de overige zoogdieren in kaart. Het gaat hierbij om de soorten niet om aantallen. De soorten waar het met name om gaat zijn wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter, das, muntjak, wasbeer, verwilderde nerts, wasbeerhond, beverrat, bever, grijze eekhoorn, muskusrat en otter.
 
Elke jachthouder telt zijn eigen jachtveld, en geeft zijn tellingen door aan de secretaris. De secretaris geeft de cijfers door aan de tellingencoördinator.  Deze coordinator voert de cijfers op zijn beurt in faunaregistratiesysteem (FRS) in.