Is jagen leuk? Ja. Is jagen nuttig? Ja.


In De Volkskrant op zaterdag 6 december jl. stond een interview met Geert Groot Bruinderink, jager en voormalig wildecoloog van onderzoeksinstituut Alterra. De oudecoloog betoogt hierin onder meer dat praten over het nut van jagen ‘praatjes voor de bühne zijn’.
Een gezamenlijke reactie van Dirk-Jan Schoonman, voorzitter van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Peter de Koeijer, portefeuillehouder natuur van de Land- en Tuinbouworganisatie en Roelf H. de Boer, voorzitter van de Koninklijke Jagersvereniging op het interview met Geert Groot Bruinderink, jager en voormalig wildecoloog van onderzoeksinstituut Alterra in De Volkskrant op zaterdag 6 december.

”Verbijsterend en volledig ongegrond”, vinden zowel de agrariërs verenigd in de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) als de Koninklijke Jagersvereniging. De uitspraken van Groot Bruinderink worden noch door de praktijk, noch door onderzoek ondersteund en zijn ook nog met elkaar in tegenspraak.

Heeft jagen nut?
Natuurlijk heeft jagen nut. Onderzoek van CLM toont aan dat Nederlandse jagers 89% van de uren die zij investeren in jagen direct het maatschappelijk nut dienen. Jagen is een werkwoord, dat meer omvat dan schieten. Jagers investeren onder meer in nieuwe natuur, onderhouden landschapselementen, zijn extra ogen en oren in het veld, assisteren bij nacht en ontij bij aanrijdingen met wilde dieren (10.000 aanrijdingen met reeën op jaarbasis aldus Vereniging Het Reewild), ondertekenden een contract met Staatsbosbeheer om kleine landschapselementen als houtwallen vrijwillig te onderhouden.

Jagen dient ook de vliegverkeersveiligheid. Niet voor niets werd de jacht op ganzen in het gebied rond Schiphol een week na afkondiging van het algemeen jachtverbod naar aanleiding van de vogelgriep alweer opgeheven. Onderzoeksbureau CLM rekende uit, dat het aantal uren dat jagers vrijwillig steken in maatschappelijk relevante activiteiten gelijk staat aan 13.000 fulltime werknemers op jaarbasis. Daar plukken alle Nederlanders ongemerkt de vruchten van, in de vorm van agrarische producten, een onderhouden landschap en een optimale verkeersveiligheid.

Als een boer ondervindt dat hij substantieel meer opbrengst van zijn land haalt na het eerste jaar dat een jager in zijn veld actief is geweest met het bejagen van ganzen , dan laat dat zien dat bejaging van ganzen wel degelijk nut heeft.

Ook de uitspraak dat boeren niet voor jagers in de bres zouden springen, heeft Groot Bruinderink niet geverifieerd bij de betrokken koepelorganisaties. Reeds in de eerste week van de vogelgriep waarin een algeheel jachtverbod was afgekondigd had de Koninklijke Jagersvereniging bijvoorbeeld diverse bezorgde agrariërs aan de lijn: ‘Hoe lang gaat dit verbod nog duren, mag de jachtperiode verlengd worden en hoe moet ik de schade noteren?’

De samenwerking tussen jager en boer vindt al decennialang plaats en wordt ook in onderling overleg opgepakt en uitgevoerd. Waarom de media opzoeken als je het gewoon met elkaar kunt oplossen?

Houdt de jagerswereld inderdaad de deur gesloten voor samenwerking met natuurorganisaties en de wetenschappelijke expertise van ecologen?
Nee! Integendeel. Sinds 2007 is er aan de Wageningen Universiteit een bijzondere leerstoel Faunabeheer, die promotieonderzoek doet naar trekgedrag van ganzen, vogelgriep bij wilde eenden, migratie van herten en ziekten bij wilde zwijnen. Deze leerstoel verwerft haar gelden voornamelijk uit schenkingen van jagers. Het wetenschappelijk onderzoek vindt volledig onafhankelijk plaats. Jagers dragen via een jaarlijkse bijdrage financieel bij aan het Faunafonds. Onderzoekers van Alterra, SOVON, CLM en zoogdiervereniging voeren onafhankelijk onderzoek uit naar effectiviteit van populatiebeheer, opvanggebieden voor ganzen en verjaging. Groot Bruinderink is nota bene co-auteur van meerdere van deze onderzoeken.

‘De jachtwereld staat niet open voor ecologen.’ Een vreemde bewering voor een ecoloog die in zijn carrière volop rapporten produceerde en effectstudies deed die richtinggevend zijn voor de inrichting van de jacht in Nederland, waarbij afschotgegevens en tellingen worden gebruikt die jagers aanleveren. Vervolgens wordt in het interview aangegeven dat er geen kennis zou zijn over effecten van beheer op populaties en schade. Daarmee diskwalificeert Groot Bruinderink niet alleen zijn eigen carrière, maar ook die van zijn vele collega’s in binnen- en buitenland. Het weerspreekt bijvoorbeeld de resultaten van zijn onderzoek waarin in 2010 voor de Veluwe aangetoond wordt dat er een relatie is tussen het aantal aanrijdingen en de dichtheid aan hoefdieren. Die dichtheid wordt mede bepaald door bejaging.

‘Er zijn sterke aanwijzingen dat jagers zelf dieren uitzetten’
Groot Bruinderink beweert dat bepaalde diersoorten die de laatste jaren overal opduiken door jagers zouden worden uitgezet. Hij stelt ook dat natuurbeschermers niet dol zijn op de komst van deze dieren. Feit is dat er nog nooit bewijs is gevonden dat er zwijnen en damherten door jagers zijn uitgezet, deze suggestie is pure zwartmakerij. Een aanzienlijk deel van de damherten op de Veluwe is afkomstig van het Deelerwoud, waar ze in 1993 door Natuurmonumenten zijn losgelaten. Ook in andere natuurgebieden worden damherten en zwijnen juist gekoesterd, ongeacht hun herkomst.

Gezond verstand
En ja, soms is er geen onderzoek nodig om conclusies te trekken maar is het gezonde verstand ruimschoots voldoende. Voorbeelden? Mislukte projecten waar miljoenen geïnvesteerd werden in herstel van kraanvogel-, korhoen- en hamsterleefgebieden en men vervolgens moest toezien hoe vossen het resultaat opaten. Of predatie van weidevogels door vossen, ook nog eens wetenschappelijk bevestigd door oud-collega’s van Groot Bruinderink. Want ja, waar minder vossen leven zie je minder predatie. Dat je in gebieden met veel ganzen dan weer niet op vossen zou moeten jagen is een onbewezen vooronderstelling dat vossen in staat zijn om ganzenpopulaties te reguleren. Dat in diezelfde gebieden ook andere beschermde bodembroeders voorkomen die dan ook door de vos worden opgegeten speelt dan ineens geen rol? Alsof vossen alleen gans lusten.

Is jagen nuttig of is jagen leuk? Of is het beide?
Is jagen nuttig? Ja! Wordt jagen door jagers uitgevoerd met passie? Ja! Gelukkig maar, want zonder passie zou het nooit lukken om dit grootste vrijwilligersnetwerk in het Nederlandse buitengebied op de been te krijgen en te houden. Staan jagers alleen in hun verhaal? Nee, natuurlijk niet. Jagers zijn onderdeel van een samenwerkingsverband waar partijen als ANWB, RECRON, Hiswa, Wandelnet en Sportvisserij Nederland deel van uitmaken. Wij zijn dan ook op z’n zachtst gezegd verbaasd dat Groot Bruinderink deze feiten volledig negeert in het interview met De Volkskrant.

Jagen is uitvoering geven aan verantwoord beheren en benutten van het Nederlandse landschap in samenwerking met alle betrokken partijen. Jagen is mooi en nuttig en levert een prachtig product uit de streek en uit het seizoen op! Dat jager Groot Bruinderink deze mening ook is toegedaan, blijkt wel uit zijn interview in De Nederlandse Jager no. 5 / 2014.

Je jaagt zelf?
‘Ja, en met plezier, voornamelijk op houtduiven. Als de boer belt dat het stikt van de duiven op zijn pas ingezaaide tarwe of rijpende erwten, dan kom ik, graag zelfs! Aan het eind van de dag de vriezer vol, wat is er lekkerder dan duivensoep? Maar ook een dag voor nop, geen buit, maar wel het hoofd leeg. Dat is ook jagen.


Dirk-Jan Schoonman, Nederlandse Melkveehouders Vakbond
Peter de Koeijer, Land- en Tuinbouworganisatie
Roelf H. de Boer, Koninklijke Jagersvereniging

Bron: Koninklijke Jagersvereniging | 18-12-2014

Terug naar nieuws

De wildbeheereenheid is de vereniging van lokale jachthouders en jagers die uitvoering geeft aan verantwoord en duurzaam wildbeheer.